Moet sportminnend Nederland vrezen voor strafvervolging en schadeclaims?

Het Gerechtshof in Den Haag heeft eind juli een 23-jarige amateurvoetballer veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur omdat hij tijdens een voetbalwedstrijd met een sliding opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (dubbele beenbreuk van het linkerbeen) toebracht aan een tegenstander. “Bij het maken van een slidingtackle neemt de speler bewust het risico dat hij zijn tegenstander raakt en/of ten val brengt”, oordeelde het Gerechtshof. De voetballer had hiermee opzettelijk zijn tegenstander mishandeld.

Dinsdag 28 augustus jl. veroordeelde de rechtbank Dordrecht een 40-jarige amateurvoetballer tot een werkstraf van 120 uur omdat zijn uitgevoerde tackle leidde tot een dubbele beenbreuk bij de tegenstander. “Een tackle hoort niet thuis op het voetbalveld, door de snelheid en de manier waarop die werd uitgevoerd nam de voetballer bewust het risico zijn tegenstander ernstig te blesseren” aldus de Dordtse rechtbank.

Aan de start van een nieuw sportseizoen roepen deze uitspraken ongetwijfeld vragen op.

Wat mag nou wel en niet op het sportveld, wanneer ga je over de schreef? Moet sportminnend Nederland zich nu zorgen maken om strafvervolging en schadeclaims?

Het is logisch dat met name bij contactsporten als voetbal, judo en hockey, deelnemers tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen over en weer van elkaar te verwachten hebben. Elke sport kent bovendien zijn eigen regels. Bepaalde regels zijn er juist voor de veiligheid van de spelers. Sport wordt bovendien beoefend op meerdere niveaus: van hoog tot laag. Van een topsporter mag je meer techniek verwachten dan van een amateur. Het is dan ook logisch dat je een onhandige, bijna roekeloze gedraging van een amateursporter minder zwaar beoordeelt dan wanneer deze gedraging door een topsporter wordt uitgevoerd.

Niet elk voorval met letsel op het sportveld leidt direct tot strafvervolging of aansprakelijkheid. Er geldt binnen sport- en spelsituaties een zogeheten verhoogde drempel voor aansprakelijkheid. In het gros van de gevallen is toch vaak sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Denk aan twee voetballers die tegelijkertijd naar de bal springen om te koppen en daarbij met de hoofden tegen elkaar komen. Wanneer dan één van beiden letsel oploopt, zal niet snel aansprakelijkheid worden aangenomen, het was immers een ongelukkig toeval dat één van de spelers letsel opliep.

Maar wanneer ben je dan wel aansprakelijk of strafbaar op het sportveld?

Opzettelijk toebrengen van letsel op het sportveld is in beginsel onrechtmatig. In het strafrecht kan dat leiden tot strafvervolging en bijvoorbeeld een taakstraf en in het civiele recht tot aansprakelijkheid en een verplichting tot schadevergoeding aan het slachtoffer. Maar weet dat dit uitzonderingssituaties zijn.

Doet een incident met letsel zich voor op het sportveld, vraag je dan het volgende af:

  • Is het letsel opzettelijk toegebracht?
  • Was de gedraging volkomen tegen de geest van het spel, was het onsportief en wekte het terechte verontwaardiging van andere spelers en toeschouwers?
  • Zijn de spelregels (met name die toezien op veiligheid) aantoonbaar overtreden?
  • Ging de veroorzaker volkomen buiten zijn boekje: was er – meer juridisch verwoord – sprake van een mate van hardheid die uitgaat boven hetgeen bij de desbetreffende sport op het feitelijk beoefend niveau als acceptabel geldt?

Worden al deze vragen bevestigend beantwoord, dan zal dat gevolgen met zich mee kunnen brengen voor de veroorzaker.

Of er tot strafvervolging over gegaan zal worden ligt ter beoordeling aan het Openbaar Ministerie.

Of het leidt tot schadevergoeding hangt af van de vraag of het slachtoffer een schadeclaim indient en of uiteindelijk de aansprakelijkheid wordt vastgesteld. In dat laatste geval zal de aansprakelijkheidsverzekeraar van de veroorzaker (mits die verzekering is afgesloten) tot schadevergoeding aan het slachtoffer overgaan. Maar realiseer je dat een verzekeraar bij opzet niet uitkeert. In dat geval draait de veroorzaker zelf op voor de schade.

Laten we vooral genieten van sport en het beoefenen daarvan, maar laten we daarbij niet vergeten ons aan de spelregels te houden en de veiligheid hoog in het vaandel te houden.

 

Zwolle, 5 september 2017

mr. Corinne Jeekel